Obiter Dictum

Notes on the adventure of life.

Opgezet spel.

leave a comment »

(Verschenen in Goedele magazine)

Dode dieren zijn eng en vies. Tot Cathy en Dirk ermee aan de slag gaan en ze gewoon weer op hun poten zetten. “Vossen en okapi’s zijn gemakkelijk, maar hond Fifi moet opnieuw als Fifi kijken.” De taxidermist als artiest.

Cathy Vertongen zet huisdieren op.

Ze is de enige vrouwelijke taxidermist in Vlaanderen en ook een van de weinige die zich nog waagt aan het opzetten van huisdieren. De fijne, verzorgde vrouw met de fladderende handjes als duifjes lijkt met haar witte jas wel een wetenschapper. Of een chirurg. En eigenlijk is ze dat ook allebei een beetje.

“Ik heb altijd heel graag dieren gezien, al van kindsbeen af stond ik ervoor in de bres. Ik was het kind dat van deur tot deur ging met een lijst om handtekeningen te verzamelen tegen het afslachten van zeehondjes of het mishandelen van honden. Mijn passie voor taxidermie is geboren uit een liefde voor dieren én een liefde voor kunst. Als je geen liefde hebt voor dieren, of er disrespectvol mee omgaat terwijl ze nog leven, kan je volgens mij ook geen mooi opgezet dier afleveren. Want als je iets lelijks ziet in een hond, of als je niet van dieren houdt, hoe kan je er dan iets moois van maken? Ook na hun dood behandel ik dieren met respect.

Mijn carrière als taxidermist begon pas rond mijn dertigste toen ik op een dag een reportage zag over taxidermie. Ik had toen, zoals veel mensen, een vrij vertekend beeld van taxidermie. Ik dacht dat het een vuil en griezelig beroep was waar het veelal zou neerkomen op een vel opproppen met stro. De reportage veegde al mijn vooroordelen van tafel, tot ik besefte dat het de combinatie van dieren en kunst was die me enorm boeide.

Op mijn dertigste heb ik een clean break gemaakt met mijn job in een advocatenkantoor en ben ik aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen een stage gaan volgen. Er bestaan in België geen formele opleidingen tot taxidermist en ik heb het beroep dus op informele wijze geleerd tijdens mijn 3-jaar durende stage aan het instituut, waar ik een taxidermist assisteerde en zo al doende de kneepjes van het vak heb geleerd.

Het eerste dier dan ik leerde opzetten was een meeuw. Oefenen deed ik vooral op volièrevogels, zoals papegaaien en grote parkieten, omdat ik via een bevriende vogelhandelaar makkelijk aan dode papegaaien kon geraken. “Oefening baart kunst”, zegt het spreekwoord, en dat is niet anders in taxidermie. Voor je één mooie papegaai hebt opgezet moet je er eerst wel honderd maken.

Vandaag zet ik zowel wilde dieren als huisdieren op. Een wild dier opzetten blijft gemakkelijker dan een huisdier. Een vos of Okapi bestemd voor een museum heeft geen persoonlijk gezicht. Het moet anatomisch correct zijn, punt. Een hond is ‘Fifi’ en dat moet terug ‘Fifi’ worden. Omdat er z’n grote emotionele verwachtingen gekoppeld zijn aan het opzetten van een huisdier ben ik ook een van de weinige die zich nog waagt aan deze branche van het beroep. Persoonlijk vindt ik een kat opzetten moeilijker dan een hond. De kop van een kat is anatomisch complexer dan die van een hond. Katten hebben ook split pupillen en een heel specifiek blik. Krijg je die niet goed gericht, dan gaat de kat al gauw scheel kijken.

Weinig mensen beseffen dat een dierenarts een vuiler beroep heeft dan een taxidermist. Ik vil dieren en gebruik enkel de huid, dus snijd ik daarvoor heel oppervlakkig en nooit doorheen het buikvlies. Ik kom dus nooit aan of in de organen, wat een minimum aan geur en bloed met zich meebrengt, terwijl dierenartsen net wél in de organen dienen te zijn.

Alle dieren – van vogels tot honden, everzwijnen en herten vil ik zelf, vooral omdat ik de anatomie wil zien. Het moeilijkste blijft het villen van het hoofd: men moet voorzichtig de oren, oogleden, neus en lippen lossnijden om daarna een mal van het hoofd de kunnen maken. Vervolgens gaat de huid naar een professionele looier, die het nat looit zodat het bruikbaar wordt. Ondertussen reconstrueer ik het lichaam: het skelet uit ijzer en de lichaamsmassa met polyurethaan. Dat vormt de basis waarop ik later met klei en apoxie de spiermassa op het lichaam en de gelaatstrekken op de kop
boetseer en het vel tenslotte zal overtrekken. Daarna gaat het dier in droogtijd en eens droog werken we het af. De lippen, neus, binnenkant van de oren en de kussentjes worden bijgekleurd omdat die na de dood hun kleur verliezen.

Voor mij blijft elk dier opnieuw een uitdaging. Mijn geluk haal ik uit de voldoening die ik ervaar als ik een mooi dier heb gemaakt. Als ik een kat die door zware chemotherapie is afgetakeld, of een hond die onder een auto is gelopen terug goed krijg – als ik van een hoopje ellende terug een mooi dier heb gemaakt, daar put ik veel energie uit.

Maar mensen hebben wel nog vaak erg negatieve reacties op mijn beroep. Men associeert taxidermie nog vaak met een vies oud ventje die in een donkere stal dieren dood mept om ze op te zetten. Ook verwacht men meestal een man als taxidermist, en als mensen mij bellen vragen ze vaak om met de taxidermist te spreken. Als ik dan zeg dat ik dat ben, volgt meestal de vraag of ik dat dan even goed kan als een man, waarop ik antwoord ‘Nee, ik kan het beter’.

Door mijn job kan ik nu wel beter over weg met de dood. Er is voor mij niets mooier dan in het midden van de nacht te werken, met de stilte van de dood rond mij. Dat is heel rustgevend. Veel mensen koesteren hun dier terwijl het nog leeft, maar zodra het dood is kunnen ze het niet meer aanraken. Dat is dan mijn job: een leeg omhulseltje nemen en er terug een mooi dier van maken.”

Dirk Claesen is wereldkampioen taxidermie.
In 2008 wint Dirk Claesen het wereldkampioenschap taxidermie met zijn reconstructie van een neushoorn die hij Anton heeft gedoopt.

“Mensen hebben een vertekend beeld van mijn job. Ze zien enkel de opgezette olifant, de replica van een potvis die we destijds op St-Annastrand hebben achtergelaten of de neushoorn waarmee ik het wereldkampioenschap taxidermie won, terwijl dat gewoon de meest zichtbare hoogtepunten van het jaar zijn. Tegenover de glamour & glitter van olifanten en neushoorns staan honderden platvissen, kikkers en salamanders. Ik wordt altijd aangesproken over olifanten of neushoorns. ‘Zeg, hoe maakt ge zo’n olifant’ vraagt men me meestal, en verwacht dan dat ik het in drie nette stappen kan uitleggen. Niemand spreek me ooit aan over een kikker of een uitgestorven vogel.

Er bestaan nog zo veel misverstanden rond taxidermie. Weinig mensen begrijpen dat er een verschil bestaat tussen een dier opzetten, reproduceren en reconstrueren. Zet je een dier op, dan trek je de echte huid van een dier over een reconstructie van het lichaam. Bij een reproductie wordt er een afgietsel van een bestaand dier gemaakt – hiervoor gebruiken we een opgezet of een dood dier waarvan we dan een mal maken. Bij een reconstructie gaan we een dier of mens dat reeds uitgestorven is – een dinosaurus of mens als de neanderthaler namaken op basis van schedels en de afmetingen van beenderen of skeletten.

Zelf ben ik dus geen traditionele taxidermist – ik zet geen huisdieren of jachttrofeeën op. Ik werk vooral in opdracht van musea en kunst historische instellingen en zet nog amper dieren op, tenzij af en toe een neushoorn of een nijlpaard die ik gebruik als prototype voor het maken van een mal die ik dan weer gebruik voor het maken van reproducties. Straffer nog: Anton, de neushoorn waarmee ik in 2008 het wereldkampioenschap taxidermie in Salzburg won, is helemaal geen echte neushoorn. Het is een afgietsel van een opgezette neushoorn die ik zelf heb gecreëerd door de kop van een neushoorn op het lijf van een andere neushoorn te sculpteren en zo te streven naar een anatomisch correct dier te creëren.

Het klinkt misschien een beetje oneerbiedig – twee dieren beeldhouwen om er een nieuw uit te maken, maar dat is het zeker niet. Integendeel, op het wereldkampioenschap ligt de lat zeer hoog: 240 deelnemers van over gans de wereld stellen hun beste werken voor aan een vakjury van acht top taxidermisten uit de Verenigde Staten en Europa. In de ‘masters’ categorie mogen nog slechts een select groepje deelnemen. Daar gaat het niet meer om Fifi de Golden Retriever terug mooi te maken, maar om het produceren van een anatomisch perfect dier. De jury is onverbiddelijk: ze kijken met een zaklamp in de oren van het dier en kruipen er zelfs onder: alle details worden met een vergrootglas afgespeurd voor de kleinste foutjes. Is de binnenkant van de oorschelp de juiste kleur en staan er wel haartjes op? Hoe ziet de tong eruit en zijn de poten de juiste lengte? Zelfs als er maar één wimpertje iets te ver uitsteekt, ben je punten kwijt.


Ik ben heel trots op Anton, die de gasten hier in mijn atelier spottend zo hebben gedoopt naar het liedje “Anton Aus Tirol”, omdat ik ermee naar Salzburg moest. Ik heb hem speciaal voor de wereldkampioenschap gemaakt. Zes weken hebben we er met twee man aan gewerkt. Rijk ben ik er niet uit geworden: in de masters categorie is er geen prijsgeld, enkel een certificaat, een medaille en de eer van aan de top van je beroep te staan.

Vandaag staat Anton in mijn atelier in Hasselt. Ik ben er ondertussen ook wel een beetje gehecht aan geworden, al had ik dat nooit gedacht toen ik er twee jaar geleden op een aanhangwagen en met een zeiltje erover naar Salzburg reed. Ik kon Anton al menig maal hebben verkocht, en toch heb ik het niet gedaan. Anton blijft hier. Maar voor elke museum die een neushoorn wil en het geld niet heeft om voor een opgezet exemplaar te betalen bieden wij reproducties als Anton aan. Er is niets echt aan Anton, en toch is die anatomisch even veel neushoorn als een opgezet exemplaar. En ja, ooit is er een opgezette neushoorn aan Anton voorafgegaan. Die staat vandaag terug in het Natuurhistorisch Museum van Rijsel die ons indertijd het dode dier bezorgde om op te zetten.

De rest, zoals ze zeggen, is history.

(Verschenen in Goedele magazine, mei 2010. Volledig artikel hier.)

Written by sabineclappaert

April 28, 2010 at 6:55 pm

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: