Obiter Dictum

Notes on the adventure of life.

I’ll try anything one time.

leave a comment »


Volgens trendwatchers, psychologen en mijn grootmoeder lijdt mijn generatie aan “keuzestress”. We hebben te veel keuzemogelijkheden. Vandaar dat we ons niet altijd zo goed voelen in ons vel. We moeten dagelijks kiezen tussen 67 types verzorgende, ontwarrende shampoo, wel 900 varianten zijdezachte douchegel,  rekken vol gezond brood: bruin, volgraan, met pompoenzaadjes, zonder suiker, met rozijnen, zonder noten en 37 soorten yoghurt met allerhande onuitspreekbare beestjes die ons gezond moeten houden.  En dat zijn enkel de dagdagelijkse keuzes met hun beperkte impact. Dan zijn er ook nog de grote vragen des levens. Wat wil je later worden? Wil je trouwen of eerst carrière maken? Eerst de wereld zien of direct aan kindjes beginnen? Vroeg kindjes of laat kindjes? En als kindjes krijgen niet meteen lukt, dan misschien IVF of toch eerder adoptie? En…en…waar wil je eigenlijk naartoe met je leven? You get the picture. Ik begin al te hyperventileren bij het neerpennen van de zinnen alleen.

Maar als vrijgevochten vrouwen van in de dertig hebben we meestal leren omgaan met de stress die al deze keuzes met zich meebrengen en leven we er lustig op los onder het motto dat onze generatie typeert: “I’ll try anything one time”. Een pijnpuntje blijft echter als ontstoken doorn woekeren onder onze huid : wat nu met al die mannen?

Een generatie twijfelaars.
U leest het goed. Partner keuzestress. Onlangs nog kwam het grappenderwijs ter sprake onder vriendinnen: Sawyer of Jack? Of misschien een combinatie van Sawyer en Jack? Of toch liever iemand als Mr Darcy, de grote liefde van Bridget Jones? Gaan we voor de gevoelige man met een sterk vrouwelijke kant, of toch liever het stoere alfamannetje met zijn donker, onvoorspelbaar kantje? Kiezen we voor een rustige jongen op eigen bodem gekweekt of gaan we voor een exotisch internationaal type met een zwervershart?

En dan doen we precies datgene waarvoor onze generatie bekend staat: we twijfelen. Zitten we gezellig voor TV bij Mijnheer Rustig dan willen we de roestrijbaan van Mijnheer Gevaarlijk. Zijn we bij Mijnheer Gevaarlijk dan verlangen we naar de filosofische gesprekken van Mijnheer Intellectueel. Maar, klinkt een fluisterende stemmetje vanuit ons donkerste hoekje: als we nu eens al die mannen zouden kunnen combineren, dan zouden pas echt gelukkig zijn. Dan zouden we zeker niet meer twijfelen. De ideale man: daaraan zouden we ons direct en zonder tegenstribbeling binden voor het leven.

Dan denk ik even aan mijn grootmoeders generatie. Keuze stress nul. Eten wat de pot schaft. Wintergroenten in de winter, zomervruchten in de zomer. Stil zitten en naar de nonnekes luisteren.  Met de fiets naar school – regen of geen regen. Het huis uit tegen je twintigste, want thuisblijvers, daar is er geen geld voor. Het motto op het spandoek van deze generatie was ongetwijfeld “kak of geen kak, de pot op”. Wat was het leven toch eenvoudig toen, zucht de vermoeide keuze-stresskip in me…hard, maar eenvoudig. Maar ook daaraan beginnen we al snel weer te twijfelen. Want als er een ding is waarvan mijn generatie overtuigd is, is het dit: het gras is altijd groener, zachter en malser – oh zoveel malser – aan de andere kant.

De wet van afnemende meeropbrengst.
In zijn boek “De paradox van keuzes” duwt de psycholoog Barry Schwartz even gemikt raak op ons pijnpunt door de wet van “de afnemende meeropbrengst” aan te halen.  Die bepaalt dat elke nieuwe keuzemogelijkheid steeds minder toegevoegde waarde brengt, tot men het punt bereikt waar de waarde zelfs begint af te nemen als gevolg van de psychologische kosten verbonden aan het keuzeproces: tijd, innerlijke onrust, hoge verwachtingen en mogelijk zelfverwijt indien de gemaakte keuze niet blijkt te voldoen aan onze vooropgestelde eisen. Want wat blijkt nu net: keuzes hebben is een voorrecht, maar een voorrecht dat ook een plicht met zich meebrengt: de plicht om te kiezen. En dat moeten kiezen dat is natuurlijk al heel wat minder leuk, want dat brengt druk met zich mee.

Terwijl we toch met allerhande psychologietermen toveren, laat me toe om het hier gewoon op tafel te gooien: een quarterlife crisis, zo noemt men het fenomeen van de dertigers van vandaag. We want it all! houden we pruillippend koppig vol. Een job en vrijheid. Kinderen en een carrière. Een man, kinderen, een job en veel vrije tijd voor vriendinnen. Een carrière en rust. Sawyer, Jack en Mr Darcy – met een snuifje Nick Cave. Want waarom zou ik moeten kiezen? Ik – Nigella Lawson, Uma Thurman en Lucy Lu – all rolled into one, verdomme.

Written by sabineclappaert

January 10, 2010 at 1:45 pm

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: