Obiter Dictum

Notes on the adventure of life.

(4) Drie kilo kamelenvlees

leave a comment »

Mauritanië is een van de armste landen ter wereld. En toch laat het de toeristen met hun buidelzakken vol geld niet zomaar toe. Integendeel. Zes uur en zeventig euro heeft het gekost voor we de 500 meter lange grensstrook die Marokko van Mauritanië scheidt mochten doorkruisen. Door het surrealistische strookje niemandsland bestrooid met  afval, landmijnen en autowrakken loodsen gidsen de auto’s in kleine konvooitjes voorzichtig Mauritanië binnen.

Het kontrast met Marokko kan niet groter zijn.  Eindeloze vlaktes vol zwerfvuil komen ons tegemoet.  De stank van rottende afval stormt mee met de hitte de auto binnen. Aan onze ramen passeert een eindeloos tafereel van armoede en ontbering:  uitgemergelde paarden die wankelende karretjes sloom voorttrekken, geiten die kriskras over de drukke weg zoeken naar een plukje verdord gras of een eetbaar stukje afval. Zwermen blootsvoets rennende peuters in vuile, gescheurde T-shirts schreeuwen het ons toe: “Madame! Madame, donne moi le cadeau!”.

Men had ons gewaarschuwd voor Mauritanië. “Gevaarlijk”, “een land vol landmijnen”, “corrupt”, “bliksemsnelle zakkenrollers”, “oplichters”. Niet een goed woord hebben we gehoord. Geen enkel gul complimentje. Alleen achterdocht, schrik en afkeer.

Mauritaniers snappen het niet. “Waarom reist iedereen hier gewoon zo snel mogelijk door?” vroeg de Mauritaanse garagist die een van de voertuigen in onze konvooi herstelde. “Waarom vlammen jullie westerlingen met jullie gulle giften voor Afrika altijd door naar Senegal, Gambia en Mali? Waarom helpen jullie Mauritanië nooit?”

Het is waar. Als een stervende hond naast de weg snellen we Mauritanië met afgekeerde blik voorbij. We willen de ellende van dit land niet zien. Want het helpt toch niet, zo geloven we, en richten ons blik hoopvol op de zachtere schoonheid van Senegal en Gambia. En toch verdient ook Mauritanië een kans.

Ja, het is een corrupt land. Ja, er zijn plaatsen waar er mogelijk landmijnen kunnen liggen. Ja, smeergeld smeert de economie en maakt miljoennairs van enkele gelukkigen.  Ja, het is vuil, het stinkt en er zijn waarschijnlijk meer kakkerlakken en geiten dan de 3.5 miljoen mensen die in dit dorre landschap wonen. En toch verdiend Mauritanië een kans.

Wij brachten hier drie ongelooflijke dagen door. Met 3 kilo kamelenvlees en 20 liter water doorkruisten we met ons groepje van vijf auto’s twee dagen lang de westelijke Sahara. Onder het waakzame oog van Dahid, onze Berber gids, ontdekten we als verwonderde, spelende kinderen haar wondermooie natuur.  Gillend gleden we met stukken karton van de flanken van haar duinen, smulden we verse dadels onder een schrale doornboom en verkenden we met aaneengeknoopte touwen de dieptes van een drinkwaterput midden in de woestijn. We reden zeventig kilometer over eindeloze stranden en sliepen ’s nachts in onze wapperende tentjes in haar verwaaide duinen.

En toen we ’s morgens met knipperende ogen uit onze tenten kropen zagen we ze zitten: twee volwassen mannen en drie kleine jongens. Op vijf meter van ons cirkeltje tenten hadden ze gewacht tot we wakker werden. Voor hun smeulde een vuurtje waarop een blauw theepotje ruste. Hurkend naast het vuurtje stak de oudste een klein glaasje gevuld met warme thee naar me uit. “Tea Madame, pour vous, si tu veux, ici avec nous.”. Verbaasd en verward steek ik mijn hand uit en neem het woordeloos aan. Mauritanië verdient echt een kans.

Written by sabineclappaert

November 12, 2009 at 10:00 pm

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: